Wat de Noordpool en ‘geloven als een kind’ met elkaar te maken hebben.

christelijk opvoeden visie Jan 23, 2026

“Dat is zo’n typische Nederlandse opmerking.” Ik merk dat de reactie van de vader bij het schoolplein me irriteert. Ik ben toch ook een Nederlander?! Een Nederlandse moeder die zojuist haar kinderen op school gedropt heeft en het winterse weer getrotseerd heeft (net als alle andere ouders). Nederlanders zeggen toch ook gewoon altijd wat over het weer? En ik klaagde niet. Ik probeerde gewoon een gezellig gesprekje op gang te brengen, maar dan mag ik blijkbaar niet zeggen dat het hier wel de Noordpool lijkt! Oké, hij wenste me nog wel een fijne dag en terwijl ik door de sneeuw naar huis jakker, herhaal ik het korte – niet heel gezellige – gesprekje nog wel tien keer in mijn hoofd. Dan laat God mij iets moois zien. In deze blog vertelt blogger Roos over wat God haar liet zien door het winterse weer heen. 

Het is januari 2026. We hadden geen witte Kerst, maar wel een wit nieuwjaar! Zo wit, dat de
nieuwjaarsbijeenkomst van mijn werk (die ik mede organiseer) wegens de weersomstandigheden op de dag zelf werd geannuleerd. Ik was al op locatie en tijdens de terugreis was ik blij dat we geen honderden collega’s de weg op hebben gestuurd. Enorm dankbaar toen ik na een dubbel zo lange terugreis eindelijk veilig thuis was.

Onze zoon van zes geniet met volle teugen
Het bleef vriezen en sneeuwen. Ik heb de regel met mezelf, dat wanneer ik thuis werk of vrij ben, ik de kinderen lopend naar school breng. Alleen bij gigantische regen mag ik de auto pakken. Het is een wandeling van zo’n tien minuten. Dus twee keer heen en terug levert mij op zo’n dag toch 40 wandelminuutjes op. Goed voor de gezondheid. Nou goed, vandaag even getwijfeld, want het sneeuwde aardig. Maar sneeuw is geen regen dus toch te voet naar school.

Wij zijn niet het type gezin dat wekelijks in het bos te vinden is. Ik denk dat we daar twee keer per jaar komen. We zijn eerlijk gezegd ook niet voorbereid op een witte winter; hebben geen skipakken liggen en ook geen schaatsen of slee. Maar goed, een dikke winterjas hebben we wel. Dus daar gingen we. Onze zoon van zes geniet met volle teugen en mevrouw van vier jaar, hobbelt netjes aan mijn hand mee. “Mooi hè jongens?” zeg ik. “Geniet er maar van, want als de sneeuw weg is, kan het maar zo heel lang duren voor het er weer is.” Je weet het immers nooit in ons kikkerlandje.

Het lijkt de Noordpool wel
Wat een witte wereld! “Jongens, het lijkt de Noordpool wel!” “Ja, maar niet de Zuidpool toch mama? Daar kan je niet leven toch?” Tjonge, ik heb geen idee. Tomas heeft vorig jaar toch les gehad over de Noordpool en de Zuidpool? Hij zou het mij moeten kunnen vertellen, haha. “Ik weet het niet jongen, had jij dat niet geleerd op school?” En zo wandelen we verder, klop ik de sneeuw van hun jassen en tassen en zit deze ‘job’ erop voor vandaag. Kinderen afgeleverd op school. Check.

Terwijl ik het schoolplein af loop, kom ik een bekende tegen. “Het lijkt de Noordpool wel” zeg ik vrolijk tegen hem. En dan komt ‘ie, de reactie die ik niet had aan zien komen. Wat had ik wel verwacht? “Nou, zeg dat wel! Mooi hè?” Ik denk zoiets. Maar ik kreeg: “Dat is zo’n typische Nederlandse opmerking.” Waarop ik enigszins verontwaardigd en in de verdediging zeg: “Maar ik ben toch ook een Nederlander?” Nog steeds geen lachje, maar wel een: “Echt, er ligt vijf centimeter sneeuw en…” Pfff… ik weet niet eens meer wat hij daarna nog zei. Ik mompelde nog iets van “Nou, maar het is wel helemaal wit.” De vader: “Ja, dat is waar” en “Fijne dag”. Waarop ik, inmiddels iets minder enthousiast hem natuurlijk ook een fijne dag wenste.

Zoals ik al zei bleef dit gesprekje zich in mijn hoofd afspelen. Waarom reageert iemand zo? En waarom vond ik dit irritant? Ik wilde gewoon even gezellig doen. Iets zeggen over het weer, dat echt niet zo
vanzelfsprekend is in ons land. Man, er ligt inmiddels een pak van twintig centimeter sneeuw op onze tuintafel. Waarom dan afgeven op een ‘Noordpool opmerking’. Misschien had hij zijn dag niet. Was het een pittige ochtend met drie kinderen naar school brengen en de vierde weer mee terug naar huis (dat meisje wel lekker op een slee trouwens). Maar God wilde mij iets anders zeggen.

Geloven als een kind
Wat maakt kinderen zo bijzonder? Hun ontvankelijkheid. Fantasie. Mijn zoon zag de ijsberen al lopen, toen ik over de Noordpool begon. Vroeg zich af of het hier ook de Zuidpool kon zijn. De vader vond het maar ‘gezeur’. Een beetje sneeuw, nou, nou. In Mattheüs 18 vers 3 (HSV) zegt Jezus: Voorwaar, Ik zeg u: Als u zich niet verandert en wordt als de kinderen, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan. En een stukje verderop in hoofdstuk 19 vers 14: "Laat de kinderen begaan en verhinder hen niet bij Mij te komen, want voor zodanigen is het Koninkrijk der hemelen."

Wees als een kind. Nu is de verleiding groot om dit tegen die vader te zeggen. Maar God zegt het tegen mij. Het geldt net zo goed voor mij en voor jou. Voor alle volwassenen, die zo nu en dan die belangrijke woorden van Jezus vergeten. We maken de drempel naar Zijn koninkrijk soms erg hoog, terwijl Hij dat niet van ons vraagt. Hoe ontvankelijk ben jij voor wat er op je pad komt, voor wat God je laat zien en in je relatie met Hem? Ik moet zeggen dat ik de lat soms best hoog leg, terwijl ik alleen maar hoef ‘te zijn’. Sterker nog, Zijn geliefde kind mag zijn. Net zoals mijn eigen kids mijn geliefde kinderen zijn. En die de opmerking ‘het lijkt hier de Noordpool wel’ heel normaal vinden.

PS: Op 3 februari start de Basiscursus Christelijk Opvoeden weer. Wil jij daar ook nog bij zijn? Hier vind je alle informatie die je nodig hebt.